Oude kranten als isolatiemateriaal. Het klinkt misschien niet als de meest voor de hand liggende keuze. Toch is cellulose-isolatie één van de snelst groeiende biobased isolatiematerialen in Nederland. Het materiaal wordt gemaakt van gerecycled krantenpapier, is snel aan te brengen en heeft verrassend goede isolatiewaarden.
Maar is het ook geschikt voor jouw woning? En waar zitten de beperkingen? In dit artikel leggen we uit wat cellulose-isolatie precies is, waar je het kunt toepassen en wanneer je beter voor een ander materiaal kunt kiezen.
Inhoud
ToggleCellulose-isolatie bestaat uit fijne vlokken van gerecycled krantenpapier. Het papier wordt machinaal versnipperd en behandeld met boorzout. Dat boorzout is belangrijk: het maakt de vlokken brandvertragend, schimmelwerend en onaantrekkelijk voor ongedierte. Zonder die behandeling zou je gewoon papiersnippers in je muur blazen. Met alle risico’s van dien.
Het eindresultaat is een wollig, luchtig materiaal dat aanvoelt als watten. De vlokken worden met een inblaasmachine onder druk in holle constructies geblazen. Ze passen zich aan de ruimte aan, kruipen in alle hoeken en kieren en vormen een naadloze isolatielaag.
Juist dat inblazen maakt cellulose zo geschikt voor bestaande woningen. Je hoeft niet je hele constructie open te breken. Gaatjes boren, inblazen, dichtmaken. Klaar.
Het eerste wat opvalt als je cellulose vergelijkt met gangbare materialen is de warmteopslagcapaciteit. Cellulose scoort hier opvallend hoog: zo’n 2000 J/kgK. Ter vergelijking: EPS zit op 1450 J/kgK en minerale wol op 1030 J/kgK.
Wat betekent dat concreet? In de zomer duurt het veel langer voordat de warmte van buiten je woning binnendringt. Je huis blijft merkbaar koeler zonder airco. Nu de zomers in Nederland steeds warmer worden, is dat een eigenschap die er echt toe doet.
Door de hoge dichtheid van ingeblazen cellulose (50 tot 55 kg/m³ in wanden en daken) dempt het geluid zeer effectief. Houten vloeren in jaren ’30-woningen zijn vaak bijzonder gehorig. Cellulose inblazen tussen de vloerbalken is een van de meest toegepaste oplossingen om dat probleem aan te pakken.
Wij zien dat bij klanten regelmatig als doorslaggevende reden om voor dit materiaal te kiezen.
Cellulose kan tot 20 à 30% van het eigen gewicht aan vocht opnemen en weer afgeven, zonder dat de isolatiewaarde eronder lijdt. Dat werkt als een buffer die pieken in luchtvochtigheid opvangt.
Wel een kanttekening: in permanent vochtige omgevingen werkt dit principe niet meer. Daar komt cellulose niet tot zijn recht.
Een ervaren team (zoals dat van ons!) kan met een inblaasmachine op een dag een hele woning doen. Geen platen snijden, geen afval, geen ingewikkelde constructies.
Het eerlijke verhaal: cellulose is niet overal de juiste keuze.
Er moet altijd een afgesloten ruimte zijn om het in te blazen. Wil je een open dak of zoldervloer isoleren, dan moet er eerst een afwerklaag of folie komen. Dat is extra werk en extra kosten.
Cellulose reguleert vocht prima onder normale omstandigheden. Maar in structureel natte omgevingen verliest het zijn isolerende werking. Een vochtige kruipruimte is bijvoorbeeld geen plek voor cellulose.
De vraag of cellulose geschikt is voor spouwmuurisolatie komt vaak terug. Het korte antwoord: in de meeste gevallen niet.
De spouw van oudere woningen is zelden helemaal droog. Regenwater kan via scheuren in het buitenblad de spouw binnendringen. Cellulose neemt dat vocht op, klontert samen en verliest zijn isolatiewaarde. Voor spouwmuurisolatie adviseren wij vrijwel altijd glaswol of PUR. Die materialen zijn waterafstotend en veel beter bestand tegen de omstandigheden in een spouw.
Er wordt steeds minder krantenpapier geproduceerd in Nederland. Voorlopig is er nog genoeg voorraad, maar het is iets om in het achterhoofd te houden voor de langere termijn.
Om dezelfde Rd-waarde te halen als PIR of PUR heb je een dikkere laag nodig. In krappe ruimtes kan dat een beperkende factor zijn.
De sterkste toepassing van cellulose is het inblazen in holle constructies bij bestaande woningen. Geen sloopwerk, geen rommel, en aan het einde van de dag zit je huis vol isolatie.
Bij dakisolatie wordt cellulose ingeblazen tussen de kepers van het schuine dak. Er moet wel een dampremmer en afwerkplaat aanwezig zijn. Bij een bestaand dak met binnenbekleding kan er via kleine boorgaten worden ingeblazen.
Vloerisolatie met cellulose werkt bijzonder goed bij houten vloerconstructies. De vlokken vullen de ruimte tussen de vloerbalken volledig op, inclusief alle onregelmatigheden rond leidingen en kabels. Het resultaat: een warmere vloer én een stuk minder gehorige verdiepingsvloer.
Bij renovaties waar een spouw gecreëerd wordt met platen tegen de binnenmuur kan de holle ruimte erachter worden volgeblazen met cellulose. Ideaal om warmteverlies via binnenmuren te verminderen.
Zoldervloerisolatie kan op twee manieren. Inblazen tussen de balken als de vloer dicht is, of open opblazen als de zolder puur als opslagruimte dient. In dat laatste geval is de zolder niet meer bewandelbaar, tenzij je er een verhoogde vloer overheen legt.
We hebben onlangs nog een tussenwoning in Zeist (provincie Utrecht) geïsoleerd met cellulose. Dak én vloer in dezelfde dag. Ook in Almere, Hilversum, Amersfoort, Den Bosch en Woerden zijn we de afgelopen periode met dit materiaal aan de slag gegaan. Het valt ons steeds weer op hoe snel het gaat en hoe weinig overlast het geeft voor bewoners.
Glaswol is de meest directe concurrent. Beide worden ingeblazen, beide hebben vergelijkbare isolatiewaarden.
Het grote verschil: glaswol is waterafstotend. Precies de reden waarom het wél geschikt is voor spouwmuren en cellulose niet. Glaswol scoort ook beter op brandklasse.
Daar staat tegenover dat cellulose duurzamer is in productie, beter geluiddempend werkt en een hogere warmteopslagcapaciteit heeft. Qua prijs zitten ze dicht bij elkaar. De keuze hangt vooral af van de toepassing. Spouw? Dan glaswol. Houten vloer of dak? Dan is cellulose minstens gelijk, en op geluid en zomercomfort zelfs sterker.
Houtvezelisolatie is de andere grote speler in de biobased hoek. Houtvezels scoren nóg iets hoger op warmteopslagcapaciteit (2100 J/kgK) en zijn ook als plaat verkrijgbaar. Dat maakt ze geschikter voor toepassingen waar je geen inblaasmogelijkheid hebt, zoals buitengevelisolatie.
Cellulose is over het algemeen voordeliger en sneller aan te brengen. De twee materialen vullen elkaar goed aan, en worden soms zelfs in hetzelfde project gecombineerd.
Hier vergelijk je appels met peren, maar het is een vergelijking die vaak wordt gemaakt. PUR en PIR hebben een lambda-waarde van 0,021 tot 0,028 W/mK. Beduidend beter dan cellulose. Je hebt dus minder dikte nodig om dezelfde Rd-waarde te halen.
Maar PUR en PIR zijn kunststof producten, niet biobased, en bij brand komen er giftige gassen vrij. Ze zijn ook niet vochtregulerend. Neem je milieu-impact, geluidsisolatie en zomercomfort mee in de afweging, dan scoort cellulose op die punten beter.
Voor het inblazen van cellulose betaal je gemiddeld €25 tot €45 per m² bij een dikte van 14 tot 20 cm, inclusief materiaal en arbeidskosten. Open blazen op een zoldervloer is het voordeligst, dakisolatie zit aan de bovenkant van die range.
Vergeleken met glaswol inblazen zit cellulose in dezelfde prijsklasse. Platen van houtvezel of kurk zijn duurder. PUR en PIR als plaat liggen er tussenin, maar gespoten PUR kan juist weer duurder uitvallen.
Cellulose komt in aanmerking voor ISDE-subsidie én de biobased bonus, omdat het materiaal voor minimaal 70% uit hernieuwbare grondstoffen bestaat. Combineer je twee isolatiemaatregelen binnen 24 maanden, dan verdubbelt het basissubsidiebedrag. Die combinatiekorting kan het kostenplaatje behoorlijk drukken.
Wij nemen de volledige subsidieaanvraag voor je uit handen.
Cellulose is op z’n sterkst in holle constructies bij bestaande woningen. Daken, houten vloeren, binnenmuren, zoldervloeren. Overal waar je een inblaasmachine bij kunt komen, levert het snel en betaalbaar resultaat op. De geluidsisolatie is een fijne bonus die bij veel andere materialen minder sterk is.
Waar het niet past: vochtige spouwmuren, natte kruipruimtes en situaties waar je heel dun moet isoleren. In die gevallen zijn er betere alternatieven.
Wil je weten of cellulose-isolatie bij jouw woning past? We komen graag langs om de situatie te bekijken en je eerlijk te adviseren. Bel ons of vraag direct een gratis adviesgesprek aan. Dan bespreken we samen wat de slimste aanpak is.
In de meeste gevallen niet. De spouw van oudere woningen is zelden volledig droog, en cellulose verliest zijn isolatiewaarde bij langdurige blootstelling aan vocht. Voor spouwmuurisolatie adviseren wij glaswol of PUR.
Voor ISDE-subsidie is een minimale Rd-waarde van 3,5 vereist. Met een lambda-waarde van 0,038 W/mK heb je dan een laag van minimaal 14 cm nodig. Voor dakisolatie adviseren wij 16 tot 20 cm om ook op zomercomfort goed te scoren.
Ja. Door de behandeling met boorzout is cellulose brandvertragend. Bij een dikte van 10 cm of meer haalt het brandklasse B: moeilijk brandbaar. De hoge dichtheid houdt zuurstof buiten, waardoor het minder snel brandt dan je op basis van het materiaal zou verwachten.
Dat hangt af van de situatie. Als er al een dunne laag glaswol of minerale wol in de constructie zit, kan cellulose daar in veel gevallen overheen worden geblazen. Wel belangrijk: de bestaande isolatie mag niet vochtig of beschimmeld zijn.
Cellulose komt als biobased materiaal in aanmerking voor ISDE-subsidie inclusief de biobased bonus. Het exacte bedrag hangt af van de toepassing en of je meerdere maatregelen combineert. Bij een combinatie verdubbelt het basisbedrag. Wij begeleiden je bij het aanvragen van isolatiesubsidies.
Ben je geïnteresseerd in het verduurzamen van jouw huis en kan je hier hulp bij gebruiken? Neem dan contact met ons op, voor gratis advies op maat!
Vul onze besparingscalculator in en zie direct hoeveel jij kunt besparen met onze isolatie oplossingen.