Stro isolatie krijgt de laatste jaren meer aandacht, en ook bij ons komen de vragen erover geregeld langs. Het is isolatiemateriaal van stro, meestal tarwestro dat na de graanoogst op het land achterblijft. Dat klinkt eenvoudig, en zo simpel is het ook. Toch isoleert het beter dan je zou denken. Vroeger zag je stro vooral op oude boerderijen, in hooibergen en tochtige schuren, maar dat beeld kun je loslaten. Wat wij tegenwoordig in wanden en daken blazen, is iets heel anders.
Stro past alleen niet in elk huis. Als isolatiebedrijf kiezen we het waar de constructie het toelaat, en die moet dan wel kloppen. Hieronder lees je hoe goed het isoleert, waar het sterk in is en waar het ons tegenvalt. We bespreken ook de twee merken die we het meest tegenkomen, Plantacell en BioBlow, en of stro meetelt voor subsidie.

Inhoudsopgave
- Wat is stro isolatie precies?
- Hoe goed isoleert stro?
- Stro houdt de zomerwarmte buiten
- Vocht, damp en het binnenklimaat
- En de brandveiligheid?
- Stro vergeleken met andere biobased materialen
- ISOCELL Plantacell en BioBlow
- Waar is stro geschikt voor?
- Voordelen en nadelen van stro isolatie
- Telt stro mee voor de ISDE-subsidie?
- Wanneer we stro aanraden, en wanneer niet
- Veelgestelde vragen over stro isolatie
Wat is stro isolatie precies?
Er zijn twee soorten, en ze verschillen nogal. De eerste is de strobaal. Dat zijn stevig geperste balen die in de constructie zelf meedoen, dragend of als invulling tussen een houten skelet. Dit is de wereld van de strobouw, en je ziet het vooral bij nieuwbouw en zelfbouw die vanaf de tekentafel zo is ontworpen.
De tweede soort is losser, letterlijk. Het stro wordt vermalen tot vlokken en met een machine in een gesloten wand, dak of vloer geblazen. Dat gaat ongeveer zoals bij cellulose of houtvezel. Voor een bestaande woning is dit de variant die telt, want je gaat een huis zelden ombouwen tot strobalenconstructie. Zo werd stro ineens bruikbaar bij het biobased isoleren van een doorsnee woning.
Hoe goed isoleert stro?
Strovlokken hebben een lambdawaarde van ongeveer 0,040 tot 0,044 W/mK. Per centimeter isoleert stro daarmee iets minder dan minerale wol of PIR. Een groot verschil is dat niet, maar het scheelt. Cellulose en houtvezel zitten trouwens in dezelfde range. Voor dezelfde isolatiewaarde leg je met stro dus een iets dikkere laag aan.
De lambdawaarde zegt hoeveel warmte een materiaal doorlaat, en hoe lager dat getal, hoe beter. De uiteindelijke prestatie van een wand of dak hangt af van de lambdawaarde en de dikte samen. Dat noemen we de Rc-waarde. Bij stro betekent het in de praktijk wat meer opbouwdikte. In een ruime kap merk je daar niets van. Maar op een lage zolder, waar je nu al je hoofd stoot, wordt het krap. Dan is stro niet onze eerste keuze en kijken we naar iets dunners. Ons overzicht van isolatiematerialen zet de gangbare keuzes naast elkaar.
Puur op de laagste lambdawaarde wint stro het dus niet. De echte winst zit in zomercomfort, warmtebuffering en geluid.
Stro houdt de zomerwarmte buiten
Isolatie is meestal voor de winter bedoeld, om de warmte binnen te houden. Stro doet dat ook. Maar het echte verschil maakt het in de zomer. Ingeblazen stro is zwaar, 90 tot 110 kilogram per kubieke meter, en het neemt veel warmte op voordat het die doorgeeft. De warmteopslagcapaciteit ligt rond de 2200 J/kgK.
Op een hete dag voel je wat dat oplevert. De middaghitte bereikt de binnenkant van het dak pas uren later. Dat heet faseverschuiving. Vooral bij dakisolatie scheelt het, want een dak vangt de hele dag zon. Lichte materialen als glaswol laten die warmte er veel sneller door. Op zolder voel je dat verschil het sterkst, en daar krijgen we ’s zomers de meeste vragen over.
Vocht, damp en het binnenklimaat
Stro is van nature dampopen en vochtregulerend. Het pakt overtollig vocht uit de lucht en geeft het later weer af, zonder meteen zijn isolerende werking te verliezen. In een opbouw die kan ademen, blijft de kans op schimmel klein. Dezelfde gedachte zit achter het verschil tussen dampopen of dampdicht isoleren.
Er zit één grens aan. Stro mag niet langdurig nat blijven. Komt er door een lekkage of een verkeerde dampremmer steeds vocht bij dat nergens heen kan? Dan rot ook stro op den duur weg. Daarom kijken we bij een renovatie naar de hele opbouw, niet alleen naar het materiaal dat erin gaat.
En de brandveiligheid?
Dit is de vraag die bijna iedereen als eerste stelt.
Stro valt in brandklasse E, oftewel normaal brandbaar. Losse droge halmen vatten makkelijk vlam, daar hoef je niemand van te overtuigen. Maar geperst of dicht ingeblazen stro gedraagt zich anders. Door de hoge dichtheid zit er amper zuurstof tussen de vezels, en zonder zuurstof brandt er weinig.
Het sprookje van de drie biggetjes heeft het imago van stro geen goed gedaan, maar geperst stro is iets anders dan een losse hooiberg. In de praktijk komt er altijd een afwerking overheen, van leem, een pleisterlaag of een houtvezelplaat. Die afwerking bepaalt voor een groot deel hoe brandwerend het geheel wordt. Goed opgebouwd en afgewerkt kan een stroconstructie aan de brandeisen voor woningen voldoen.
Stro vergeleken met andere biobased materialen
Tussen de natuurlijke inblaasmaterialen zijn de verschillen in pure isolatiewaarde klein. De keuze gaat zelden over die ene decimaal, en veel vaker over dichtheid, zomercomfort en wat er in jouw constructie past.
| Materiaal | Lambdawaarde (circa) | Waar het in opvalt |
|---|---|---|
| Strovlokken | 0,040 tot 0,044 W/mK | hoge dichtheid, sterk in zomercomfort |
| Cellulose | 0,038 tot 0,040 W/mK | licht, gemaakt van gerecycled papier |
| Houtvezel | 0,038 tot 0,042 W/mK | stevig en goed tegen geluid |
| Hennep | 0,040 tot 0,045 W/mK | snelgroeiend gewas, vochtregulerend |
De exacte waarde verschilt per product en per dichtheid, dus zie de tabel als richting en niet als eindoordeel. Over cellulose en houtvezelisolatie lees je elders meer, want ze komen geregeld in dezelfde projecten langs.
ISOCELL Plantacell en BioBlow
In Nederland en België leveren een paar fabrikanten stro-inblaasisolatie. Twee namen kom je steeds weer tegen, ISOCELL Plantacell en BioBlow. Allebei bestaan ze uit honderd procent tarwestro zonder chemische toevoegingen, en allebei worden ze machinaal ingeblazen.
Plantacell komt van het Oostenrijkse ISOCELL. Het haalt een lambdawaarde van 0,043 W/mK, bij een dichtheid van 90 tot 105 kilogram per kubieke meter. Het heeft een Europese technische beoordeling, een ETA, die de eigenschappen onafhankelijk toetst. Inblazen kan in houtskeletwanden, daken, plafonds en vloeren.
BioBlow lijkt er sterk op. De lambdawaarde is 0,044 W/mK, de dichtheid loopt op tot 110 kilogram per kubieke meter en de warmteopslagcapaciteit ligt rond 2200 J/kgK. Het productieproces is Insula-gecertificeerd. Op milieuvlak doet het het goed, en aan het eind van zijn leven is het composteerbaar. Het komt in aanmerking voor de biobased bonus in de ISDE-subsidie, als het product aan de actuele voorwaarden voldoet.
In de praktijk maakt het weinig uit welke van de twee je kiest. Ze ontlopen elkaar inhoudelijk nauwelijks, en wij laten de keuze afhangen van het project en wat er leverbaar is.

Waar is stro geschikt voor?
Wij werken er graag mee, want als biobased isolatie is stro gewoon een sterke keuze. Het komt het best tot zijn recht in een gesloten constructie met genoeg ruimte. Bij gevelisolatie van binnenuit kan het in een voorzetwand, en in een schuin dak past het tussen de sporen. Ook een houten begane grondvloer of een zoldervloer in dichte opbouw leent zich ervoor. Vooral in een dampopen renovatie, waarbij de constructie mag ademen, voelt stro zich thuis.
Bij een smalle spouwmuur ligt stro minder voor de hand. Daar is meestal te weinig ruimte voor de laagdikte die het nodig heeft, en passen andere materialen beter. Plekken die nat kunnen worden vallen ook af, tenzij de constructie het vocht echt kwijt kan. Een dragende strobalenwand hoort sowieso bij nieuwbouw, ontworpen vanaf het begin. Wil je daar meer over weten, dan is Vereniging Strobouw Nederland het kennisnetwerk.
Voordelen en nadelen van stro isolatie
Voordelen
- Het is biobased en legt CO2 vast die anders zou vrijkomen.
- Sterk zomercomfort, door de hoge dichtheid en warmtebuffering.
- Dampopen en vochtregulerend, dus prettig voor het binnenklimaat.
- Geluiddempend, juist door dat hoge gewicht.
- Een reststroom uit de landbouw die je aan het eind kunt composteren.
Nadelen
- Iets hogere lambdawaarde, dus meer dikte voor dezelfde isolatiewaarde.
- Niet voor elke constructie, denk aan de krappe spouwmuur.
- Gevoelig voor langdurig vocht als de detaillering niet klopt.
- Brandklasse E, dus de afwerking moet het werk doen.
- Minder verwerkers en producten dan voor de gangbare materialen.
Telt stro mee voor de ISDE-subsidie?
Stro hoort bij de biobased isolatiematerialen, en dat levert geld op. Binnen de ISDE-subsidie krijg je een biobased bonus bovenop het reguliere bedrag. Stro, hennep, houtvezel, cellulose en schapenwol tellen allemaal mee.
Al gaat dat niet vanzelf. Een biobased materiaal komt niet automatisch in aanmerking. Het specifieke product moet op de actuele meldcodelijst van de RVO staan. Daarnaast moet de maatregel aan de eisen voldoen, zoals een minimale isolatiewaarde en een minimaal aantal vierkante meters. Controleer dat dus vooraf bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Voorwaarden, meldcodes en bedragen veranderen daarbij geregeld, soms per jaar. Het uitzoeken en aanvragen nemen we je graag uit handen, zodat jij niet door de regels hoeft te spitten. Meer daarover lees je op onze pagina over de ISDE-subsidie.
Wanneer we stro aanraden, en wanneer niet
Stro is een mooi materiaal, maar geen wondermiddel. Of we het aanraden, hangt van de woning af. Heb je een ruime, droge constructie waarin zomercomfort telt, zoals een schuin dak of een zolder die je echt gaat gebruiken? Dan is stro een sterke kandidaat. Ga je bewust voor biobased en is er ruimte voor wat extra dikte, dan zit je ook goed. Of de CO2-winst de doorslag geeft, bepaal je zelf. Ons gaat het vooral om wat in de woning werkt.
Is de ruimte krap, moet de hoogste isolatiewaarde uit een dunne laag komen, of kan een plek nat worden? Dan ligt een ander materiaal meer voor de hand. Dat is soms een andere biobased keuze als hennep of houtvezel, soms een minerale of kunststof variant. Na een blik op de situatie weten we pas wat het wordt.
Net als bij mycelium isolatie zegt de isolatiewaarde alleen niet genoeg. Wil je weten of stro bij jouw woning past, of juist iets anders? Vraag een gratis adviesgesprek aan. We komen langs, kijken naar de constructie en het vocht, en zeggen het ook als een ander materiaal beter uitpakt.